Selecteer een pagina

De Nieuwmarkt en de verdwenen Amsterdamse Jodenhoek

Bijschrift bij bovenstaande foto: van de laat-zestiende-eeuwse-eilanden is alleen Uilenburg nog door water omgeven (linksboven). Rapenburg en Marken zijn grotendeels gesloopt voor de toegangsweg tot de IJtunnel (midden tot bovenin) en op het voormalige Vlooienburg (linksonder) werd in 1982 de Stopera gebouwd.

a. Ontstaan van de Nieuwmarktbuurt 1578-1620
De Nieuwmarktbuurt ligt in het centrum van Amsterdam, ten oosten van de Wallen, tussen IJ en Amstel. Het is een van de oudste buurten van Amsterdam, ontstaan rond 1600 tijdens de eerste twee grote stadsuitbreidingen.

In 1578, het jaar van de Alteratie, sluit  Amsterdam zich als laatste Hollandse stad aan bij de door Willem van Oranje geleide opstand tegen Spanje. Nadat de calvinisten zich meester hebben gemaakt van het stadhuis worden de katholieke regenten en geestelijken de stad uitgezet en de 20 kloosters in de binnenstad onteigend.

De Nieuwmarktbuurt 2025

In 1585, na de val van Antwerpen, vluchten veel migranten uit de zuidelijke Nederlanden naar Amsterdam. De stad wordt te klein en daarom begint het nieuwe protestantse bestuur de eerste stadsuitbreiding aan de oostkant, waar het havengebied van de Lastage (tussen Geldersekade en Oudeschans) bij de oude stad wordt getrokken.

Amsterdam van noord naar zuid met links de Nieuwmarktbuurt 1620

Als het havengebied van de Lastage al snel te klein blijkt voor de steeds grotere zeeschepen, volgt er in 1593 een tweede stadsuitbreiding. Ten oosten van de Oudeschans worden vier nieuwe eilanden aangelegd: Vlooienburg, Uilenburg, Marken en Rapenburg. Tussen Raamgracht en Amstel, komt het gebied van de textielindustrie: de Ververijen. Langs de vier eilanden wordt een nieuwe fortificatie opgetrokken en komt de nieuwe stadsgrens. Het is 1620. Alle contouren van de Nieuwmarktbuurt zijn nu duidelijk zichtbaar.

b. De verdwenen Amsterdamse Jodenbuurt 1600-1945
Rond 1600 arriveren de Sefardische Joden uit Spanje en Portugal, die naar het protestantse noorden zijn gevlucht, omdat zij daar wel in vrijheid hun geloof kunnen belijden. Deze Sefardim zijn rijke kooplieden, met goede handelscontacten in heel Europa. Zij arriveren per schip in de hoofdstad en meren aan op het eiland Vlooienburg.

Na 1650 komen ook de Hoogduitse oftewel Asjkenazische Joden uit Oost-Europa de buurt binnen, eveneens op de vlucht voor godsdienstoorlogen. Zij zijn veel armer dan de Portugese Joden.Omdat ze geen lid mogen worden van de gilden en dus geen ambacht mogen uitoefenen, leven zij vooral van de kleine straathandel. Zij noemen hun nieuwe stad Mokum, wat ’thuis’ betekent. Evenals de Sefardim vestigen zij zich vooral in het oostelijk deel van de buurt, op de 4 eilanden, Vlooienburg, Uilenburg, Marken en Rapenburg. Dat deel van de buurt zou meer dan 350 jaar ‘De Jodenhoek’ van Amsterdam blijven.

De Lazarussteeg 1910 (gesloopt in 1965)

Beide groepen Joden leven in zeer verschillende sociale werelden en hebben ook hun eigen gebedshuizen. Rond 1670 bouwen de Sefarden op het Jonas Daniël de Portugese Synagoge en de Oost-Europese Joden zetten er hun Grote Sjoel neer, het huidige Joods Museum. Er wonen dan zo’n 6000 Joden in de buurt.

In 1800 zijn dat er meer dan twintigduizend. De meeste Portugese Joden zijn na de vierde stadsuitbreiding, tussen 1650 en 1680, verhuisd naar de grachtengordel ten oosten van de Amstel. Het zijn vooral de Asjkenazische Joden die in de buurt blijven wonen. Ze wonen daar onder erbarmelijke omstandigheden, in nauwe straten, stegen en sloppen, totdat in 1925 de krottenwijken in Amsterdam eindelijk worden aangepakt. Zo worden bijvoorbeeld op Uilenburg alle huizen in de Batavierstraat (die nu niet meer bestaat) en de Uilenburgerstraat gesloopt. Beide straten worden samengevoegd tot één straat: de Nieuwe Uilenburgerstraat. Met huizen in de stijl van de Amsterdamse School.

Al die tijd, meer dan drie eeuwen lang, blijft de buurt voor 60% Joods.

Waterlooplein 1944

Totdat in de tweede Wereldoorlog 20.000 Joden door de Duitsers naar concentratiekampen worden weggevoerd. In de hongerwinter van 44-45 worden de door de Joden verlaten huizen geplunderd voor het hout in de noodkacheltjes en storten in.De deportatie van de helft van haar bewoners heeft grote gevolgen voor de ontwikkelingen in de buurt in de decennia daarna.

c. Cityvorming 1965 – 1980
Geen andere Amsterdamse buurt is zo beschadigd uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn gekomen. En omdat het stadsbestuur in de jaren vijftig de buurt steeds verder laat verkrotten (meer dan 350 huizen zijn dan verdwenen) wordt zij  in de jaren zestig een gemakkelijke prooi voor de ‘cityvormingsplannen’ van datzelfde stadsbestuur en haar projectontwikkelaars. Op de ruïnes van de oude Jodenbuurt moet een modern zakencentrum verrijzen, de ‘City of Amsterdam’.
Vier grootstedelijke projecten zouden de buurt in het hart (metro en autoweg) en aan de flanken (IJtunnel en Stopera) raken. Daarvoor werden tussen 1965 en 1980 nog eens 450 woningen gesloopt. Het totale woningverlies na de oorlog: 800 woningen. Nieuw gebouwd: 6.

1. De IJtunnel
Voor de oorlog reed er over de Wibautstraat nog een trein naar Weesp en Utrecht. In 1939 werd het Weesperpoortstation (dat stond op het huidige Weesperplein) afgebroken. Daardoor kwam halverwege de jaren zestig ruimte vrij voor een vierbaansweg richting Centraal Station, via de Weesperstraat, waar in 1965 alle winkels en huizen werden gesloopt voor kantoren. ook moesten vervolgens in de Nieuwmarktbuurt de meeste huizen die in de jaren dertig gebouwd waren op de eilanden Marken en Rapenburg weer worden gesloopt. In 1968 was de IJtunnel klaar.


2. Een vierbaansweg door de Jodenbreestraat
Dit tweede plan lag in het verlengde van het eerste. Om de autoweg vanaf de Weesperstraat te verbinden met de weg naar de IJtunnel én de weg door de Nieuwmarkt naar het Centraal Station werd het Mr. Visserplein aangelegd. Daarvoor gingen bijna alle woningen in de Joden Houttuinen en de Jodenbreestraat tegen de vlakte. De straat werd verbreed van 12 naar 40 meter en Maup Caransa zette er in 1970 zijn Maupoleum neer (inmiddels gesloopt). Maar de vierbaansweg door de Nieuwmarkt kwam er uiteindelijk niet. In 1972 werd het plan dankzij de ‘Aktiegroep Nieuwmarkt’ in de gemeenteraad afgestemd

Metrospoor door de buurt 1977

3. De metro
Toen de IJtunnel in 1968 klaar kwam het Stadsbestuur met een metroplan voor heel Amsterdam, met een westlijn door de Jordaan, een Noord-Zuidlijn, een ringweg rond de hele binnenstad én een oostlijn die dwars door de Nieuwmarkt moest gaan lopen. Omdat ondergronds boren in Amsterdam nog niet mogelijk was, werden de tunnelstukken bovengronds in caissons gemaakt en daarna ondergronds tot een tunnelbuis aan elkaar gekoppeld.
Daarom moesten voor dat laatste bochtje van het metrotracé nog eens 115 woningen verdwijnen.

4. De Stopera
Ook op het Waterlooplein moest alles wat nog overeind stond afgebroken worden. Want daar moest een nieuw stadhuis komen, mét opera. Het plan voor de Stopera stuitte al jaren op veel weerstand. Het uiteindelijke ontwerp van Wilhelm Holzbauer en Cees Dam zorgde, zowel door de hoge kosten van 230 miljoen gulden als door de invulling ervan op deze historisch beladen locatie, voor extra veel protest. Desondanks begonnen in 1982, onder politiebegeleiding, de bouwwerkzaamheden.

De cityvorming van de jaren zestig heeft de oude Jodenbuurt een gigantische knauw gegeven, maar dankzij de strijd van de ‘Aktiegroep Nieuwmarkt’ in de jaren zeventig is de de vierbaansweg door de buurt tegengehouden, ging het totale metroplan voor heel Amsterdam niet door en zijn er op het metrotracé weer betaalbare huizen gebouwd. Ook werden kantoor- en hotelplannen verijdeld en kregen veel oude pakhuizen een woonbestemming.

 

 

Vaardigheden

Gepubliceerd op

6 juni 2020